Blogs
0,00
Winkelwagen

Geen producten in je winkelwagen.

Ruwvoer ||| Spoorelementen

In deze blog wordt uitgebreid gaan we uitgebreid in op de spoorelementen in het ruwvoer. Op een uitgebreide ruwvoeranalyse worden de volgende spoorelementen geanalyseerd:

  • Mangaan
  • Zink
  • IJzer
  • Koper
  • Jodium
  • Kobalt
  • Selenium
Spoorelementen in ruwvoer

Mangaan:

Het allereerste spoorelement welke op een ruwvoeranalyse genoemd wordt is mangaan. Mangaan is belangrijk voor de sterkte van het skelet, kraak- en beenvorming. Ook is mangaan goed voor het functioneren van de geslachtsorganen, de bloedstolling en de koolhydraat- en vetstofwisseling. Daarbij is mangaan essentieel voor omzetting van koolhydraten en eiwitten. Normaal gesproken krijgen paarden voldoende mangaan binnen met hun voeding.

Een overmaat komt zelden voor, een tekort aan mangaan uit zich in misvorming van de benen, kreupelheid en slechte coördinatie bij jonge paarden, bewegingsstoornissen en vruchtbaarheidsproblemen. Vruchtbaarheidsproblemen uiten zich in een afwezige of zeer onregelmatige cyclus en degeneratie van de testikels. Bij een mangaantekort worden er meer mannelijke dan vrouwelijke dieren geboren.

Mangaan heeft interacties met calcium en ijzer. Hoge gehaltes aan calcium en ijzer kunnen de opname van mangaan belemmeren, waardoor de behoefte aan mangaan stijgt. De dagelijkse behoefte is 104-130 mg per 100 kg lichaamsgewicht.

“Wist je dat bij een Mangaan tekort bij de merrie, de kans op een hengstveulen groter is?” 

Zink:

De hoogste concentraties zink bevinden zich in het vaatvlies en iris van het oog en bij hengsten in de prostaat. Daarbij bevatten de huid, lever, bot en het spierweefsel ook een relatief hoge concentratie zink. Lage concentraties zijn te vinden in het bloed, melk, longen en hersenen. Zink zorgt voor een mooie, glanzende vacht, het heeft verschillende functies voor een goede en gezonde huid. Zink is benodigd bij de bouw, de regulatie van huidfuncties en de opbouw van de huidstructuur, hoeven en haargroei. Daarnaast is zink ook belangrijk voor de ontwikkeling van een goed immuunsysteem, zoals de genezing van wonden en afweer tegen infecties. Bij hengsten is zink nodig voor de aanmaak van sperma. Het zorgt voor een goede bewegelijkheid van het sperma, oftewel de spermamotiliteit. Daarbij is zink nodig om het testosterongehalte in het bloed op niveau te houden.

Een zink tekort kan zich uiten door huidproblemen zoals mok en zomereczeem, een doffe vacht, problemen met verharen, slechte hoefkwaliteit en een verminderde weerstand.

De dagelijkse behoefte is 104-130 mg per 100 kg lichaamsgewicht. Zink absorptie is afhankelijk van de  zinkstatus van het lichaam van het paard en ligt meestal ergens tussen de 5 en 15%. Daarnaast heeft zink een interactie met ijzer, mangaan en koper. De verhouding tussen deze is belangrijk voor een goede opname. Een optimale verhouding voor paarden is ijzer 4- koper 1- zink 3- mangaan 3.

IJzer:

IJzer zorgt voor het transport van elektronen en van zuurstof. IJzer is een onderdeel van heem, dit is een bouwsteen van hemoglobine en myoglobine (bestandsdeel van rode bloedcellen). Deze zorgen ervoor dat de spieren voldoende zuurstof krijgen, tevens is ijzer betrokken bij de productie van schildklierhormoon.

Een tekort aan ijzer komt bij paarden niet vaak voor, normaal gesproken zit er voldoende in de voeding. Maar een tekort kan leiden tot bloedarmoede en prestatieverlies. Een optimale verhouding voor paarden is ijzer 4- koper 1- zink 3- mangaan 3.

Een overschot aan ijzer is echter slecht voor het lichaam en zorgt voor het ontstaan van vrije radicalen. IJzer is regelmatig aan de hoge kant in het ruwvoer in Nederland. Echter wordt niet alle ijzer uit voeding opgenomen door het paardenlichaam, waardoor de gevolgen van een ijzerovermaat uit enkel ruwvoer niet zo vaak voorkomen. In het geval van hoge ijzerwaardes indrinkwater zijn ijzerintoxicaties wel eens voorgekomen, dit is dus altijd een aandachtspunt bij het aanbieden van grond- of oppervlaktewater. Ook jonge veulens zijn gevoelig voor een ijzerovermaat. Een overdosering van ijzer kan leiden tot een verminderde opname van koper, mangaan en zink.

De dagelijkse behoefte is 104-163 per 100 kg lichaamsgewicht.

 

Koper:

De grootste kopervoorraad in het lichaam is te vinden in de lever, de gewrichten, de spieren en de huid. Koper is betrokken bij bot- en kraakbeengroei, speelt een rol in de opbouw van rode bloedlichaampjes en is belangrijk voor het afweersysteem. Verder is koper benodigd om ijzer om te zetten in hemoglobine in het lichaam en zorgt het voor synthese van eiwitten voor pezen en kraakbeen. Koperopname uit voeding is sterk afhankelijk van de gezondheid van de darmen, daarom zien we vaak lage kopergehaltes na een wormbesmetting.

Een tekort aan koper in het lichaam sluipt er langzaam in. Bij een tekort in de voeding spreekt het lichaam eerst de voorraad koper in de lever aan om door te functioneren. Wel kan hierdoor het paard al lusteloos worden, en slecht door vachtwisselingen heen komen. Bij verbruik van koper uit de huid, kan men vachtverkleuring en een gele kleur van het tandvlees waarnemen. Bij een langdurig kopertekort kan er leverschade, osteoporose en artrose optreden. Bloedarmoede bij paarden kan ook een gevolg zijn een tekort aan koper. Dit komt omdat koper een rol speelt in de opbouw van rode bloedlichaampjes.

Wat vaak wordt gemist, is dat ook allergische klachten zoals hooikoorts en zomereczeem, een gevolg kunnen zijn van een kopertekort. Dit komt omdat koper zorgt voor een afname van de histamine.  Weinig koper in het lichaam betekent dus meer histamine en dus meer kans op allergieën. Kopertekort kan zelfs rotstraal in de hoeven tot gevolg hebben.

Het is natuurlijk niet verstandig om enkel op deze symptomen koper bij te voeren. Een overmaat van koper is namelijk minstens zo slecht als een tekort en kan leiden tot beschadiging van de lever, verstoring van de spijsvertering, bloedarmoede en slaapzucht.

Koper kent interacties met vele andere mineralen zoals molybdeen, zwavel, zink, selenium en ijzer. De dagelijkse hoeveelheid is 23-33 mg per 100 kg lichaamsgewicht. Te hoge gift van ijzer en ook van calcium remmen de opname van koper. Hoe hoger het ijzergehalte in het dieet, hoe hoger ook de kopergehaltes in het dieet moeten zijn.

“Een te hoog gehalte IJzer in het ruwvoer kan nadelige effecten hebben op de opname van Mangaan, Zink en Koper” 

Jodium:

Jodium is een onmisbaar spoorelement dat vooral in de schildklier een belangrijke rol speelt bij de productie van schildklierhormonen, welke de stofwisseling reguleren. Schildklierhormonen zijn essentieel voor een normale groei en ontwikkeling van botten, spieren en zenuwweefsel. Ze spelen ook een belangrijke rol bij het energieverbruik, de verbranding van vetten en de regulering van de hartslag en bloeddruk. Het thyroïdhormoon (schildklierhormoon) stimuleert de opname van glucose (energie) uit het maagdarmkanaal en versnelt het gebruik ervan in spieren en vetweefsel. Daarbij stimuleert dit hormoon de omzetting van glycogeen naar glucose. Jodium is noodzakelijk voor een gezonde hormoonbalans, groei en beschermt het lichaam tegen de schadelijke gevolgen van zware metalen en radioactieve straling. De dagelijkse behoefte van jodium is 0,5 tot 0,7 mg per 100 kg lichaamsgewicht.

Schade welke wordt veroorzaakt door een jodiumtekort, is het gevolg van een tekort aan schildklierhormonen. Een tekort kan zich uiten in een doffe en ruwe vacht. De verharing kan langzamer verlopen of er treedt juist haarverlies op. Een tekort bij veulens kan zich uiten in een vergrote schildklier, zwakte, aanhoudende onderkoeling, ademnood, OCD, ruw haar, langzame verharing, lusteloosheid en hoge neonatale sterfte. Daarnaast is er een verlaging van de weerstand, waardoor besmettelijke ziekten en infecties van de luchtwegen eerder vat krijgen. Bij merries kan een jodiumtekort leiden tot een abnormale cyclus en het vermindert tonen van de hengstigheid.

Een overmaat van jodium kan leiden tot doodgeboorten, haaruitval, sloomheid of vetaanzet. Bij merries kan deze overmaat, en dan spreken we over 300 tot 400 mg jodium per dag, leiden tot onvruchtbaarheid of bij dragende merries tot abortussen. Komt de dagelijkse inname bij een dragende merrie boven de 100 mg, dan kan het veulen zwak en lusteloos zijn, een slechte spierontwikkeling hebben en kunnen er afwijkingen van de botten voorkomen.

 

Kobalt:

De blindedarm- en dikke darmflora van paarden gebruiken kobalt bij de synthese van vitamine B12. B12 is, samen met ijzer en koper, verantwoordelijk voor de vorming en ontwikkeling van rode bloedcellen (bloedlichaampjes. De vitamine is ook nodig voor een goede werking van het zenuwstelsel.

Een tekort aan kobalt is bij paarden niet bekend, maar zal zich laten zien middels een B12 tekort. Een tekort aan vitamine B12 uit zich vaak als bloedarmoede. De dagelijkse behoefte van kobalt is 0,1-0,2 mg per 100 kg lichaamsgewicht.

 

Selenium:

Selenium werkt als een antioxidant in het lichaam en werkt nauw samen met vitamine E. Selenium is van belang bij een optimaal immuunsysteem, bescherming en herstel van de spieren en bij de vruchtbaarheid.

Bij een licht seleniumtekort kan een verhoogde vatbaarheid voor ziekten ontstaan door een verminderde weerstand, maar ook een verminderde vruchtbaarheid.  Bij ernstige tekorten  kunnen spierproblemen ontstaan, lusteloosheid, evenwichtsproblemen, slechtere voeropname, verminderde hartfunctie en bij dragende merries beïnvloedt het de groei van de veulens. De meest ernstige problemen worden gezien bij pasgeboren veulens en wordt White Muscle Disease genoemd, deze kan fataal zijn.

Een teveel aan selenium is snel toxisch voor paarden. Symptomen van selenium toxiciteit zijn zweten, atactische bewegingen, koliek, diarree en een verhoogd hart- en ademritme. Paarden slaan selenium op in de hoeven, manen en staart en bij een overmaat kunnen als gevolg hiervan hoefscheuren en haarverlies optreden.

De dagelijkse behoefte is 0,3 mg per 100 kg lichaamsgewicht.

 

Wat zijn de belangrijkste verschillen ten opzichte van voorgaande jaren?

Zoals we in Ruwvoerblog || al hebben verteld is de kwaliteit wat betreft de mineralen en sporen, de laatste jaren achteruit gegaan. Van de spoorelementen zijn met name Zink en Selenium lager dan voorgaande jaren. Zink is gedaald van 37 mg/kg drogestof naar 33 mg/kg drogestof. Het Selenium gehalte is gedaald van 87 ug naar 74 ug per kg drogestof. Ook het Koper gehalte is iets gedaald van 6,2 mg naar 5,9 mg.

Dit zijn natuurlijk gemiddeldes, dus wil je echt de kwaliteit weten van jouw eigen ruwvoer, laat dit dan uitgebreid testen!

“Vul een tekort in het ruwvoer aan met Single Ingredient Supplements van HorseAdds” 

HorseAdds supplementen ter aanvulling

Met krachtvoer of supplementen kunnen tekorten uit het ruwvoer gemakkelijk worden aangevuld. HorseAdds heeft verschillende supplementen in het assortiment om gericht tekorten in het rantsoen aan te vullen, wij noemen dit onze Single Ingredient Supplements (SIS). Je kunt natuurlijk ook kiezen voor een compleet uitgebalanceerde balancer zoals onze HorseAdds Balance.

Whatsapp