Blogs
0,00
Winkelwagen

Geen producten in je winkelwagen.

Ruwvoer | Ruwvoeranalyse

De absolute basis van een goed rantsoen voor jouw paard; het ruwvoer van afgelopen zomer, heeft inmiddels alle tijd gehad om af te sterven en waarschijnlijk eet jouw paard er al een poosje van. Wellicht ben je net zo nieuwsgierig als dat wij waren, want hoe is de kwaliteit dit jaar? Misschien heb je het zelfs wel laten analyseren, maar weet je niet precies wat alle waardes nu betekenen. Wij willen jullie hierin wat meer wegwijs maken; wat voor analyses zijn er en hoe moet je alle waarden op een uitgebreide analyse interpreteren – wij gaan het jullie vertellen in de komende blogs.

Doordat wij via Eurofins Agro (het grootste laboratorium voor ruwvoeranalyses in Nederland) beschikken over de jaargemiddeldes van verschillende soorten ruwvoer, kunnen we jullie ook vertellen hoe de sneden van dit jaar zich verhouden tot die van afgelopen jaren. 

Eurofins analyse ruwvoer

Ruwvoer is de basis van een goed rantsoen

Een goede voeding is belangrijk voor de gezondheid en prestaties van het paard. De basis voor een goed rantsoen bestaat voornamelijk uit een goede kwaliteit ruwvoer. Ruwvoer is van belang voor een goede darmwerking en zorgt voor een verzadigingsgevoel. Ruwvoer is de belangrijkste energie bron voor het paard en bevat o.a. eiwitten, vetten, suiker, mineralen en sporenelementen. Ruwvoer in de vorm van hooi of lang stengelig voordroogkuil is voor de meeste paarden het beste.

“Wist je dat een paard ongeveer 2-2,5% van zijn lichaamsgewicht aan droge stof eet per dag? Dit kan bij beschikking van een ruime hoeveelheid gras zelfs stijgen naar 3%, bij pony’s kan dit zelfs stijgen tot 5%!”

Wat is een ruwvoeranalyse?

Een ruwvoer analyse bestaat, afhankelijk van welke analyse je kiest, uit de analytische bestanddelen, minerelen en spoorelementen. Inmiddels vrij bekend is de Pavo Quickscan, hierop vind je het droge stof gehalte van het ruwvoer en een indicatie van Energiewaarde, Ruw eiwit en Suiker. De cijfers vallen binnen een streef en zijn dus niet definitief. Eurofins zelf biedt de Equifeed Basis en de Equifeed Excellent aan. De Basis bevat alle analytische bestanddelen, bij de Excellent wordt dit uitgebreid met de mineralen en sporenelementen. In deze blog zullen we de meest uitgebreide ruwvoeranalyse uitleggen en de belangrijkste verschillen tussen dit jaar en voorgaande jaren.

 

Analytische bestanddelen

Het eerste gedeelte op een ruwvoeranalyse geeft de analytische bestanddelen weer. Van een aantal zal je precies weten wat het betekent, maar hieronder zullen we ze allemaal toelichten.

Droge stof

In alle voedermiddelen zit een hoeveelheid water. De rest wordt droge stof (DS) genoemd. Voor een goede beoordeling van de waarde en onderlinge vergelijking tussen voeders is het belangrijk om het DS gehalte te kennen of in te kunnen schatten. Zo bevat gras ongeveer 18% droge stof, voordroog 65%-75% en onverpakt hooi ongeveer 85% (DS gehaltes <80% kunnen bij onverpakt hooi zorgen voor broei).

De maximale DS-opname, afhankelijk van het gewicht, de conditie en prestatie van het paard, is ongeveer 2,5% van het lichaamsgewicht uit zowel ruwvoer als krachtvoer. Dat betekent dat een paard van 600 kg in 24 uur tijd ongeveer 15 kg droge stof op kan eten. Eet het paard alleen ruwvoer, dan ligt het maximum op ongeveer 2%. Als het paard de beschikking heeft tot een ruime hoeveelheid gras, dan kan de opname stijgen naar 3% en met name bij pony’s kan dit soms nog wel hoger worden,  zelfs tot wel 5%! Voor een gezonde darmflora is het belangrijk dat het paard per dag minimaal 1%, maar liever 1,5% DS ruwvoer per kg lichaamsgewicht op neemt. Een paard van ongeveer 600 kg moet dus zo’n 9 kg droge stof aan ruwvoer per dag opnemen.

 

Ruw as

Het ruw as is het anorganische gedeelte van de organische stof. Het is het aandeel dat overblijft na verbranding. Dit gehalte ligt gemiddeld tussen de 75 en de 100. Is het veel hoger, betekent het vaak dat er veel grondfractie is geanalyseerd (grond verbrandt namelijk niet) en dit kan betekenen dat het ruwvoer erg stoffig is. Ook wordt hiermee de kans op boterzuur hoger, wat een negatief effect heeft op de darmflora.

 

VCOS (%)

Het VCOS (%) staat voor vertering coëfficiënt organische stof, dat wordt weer gegeven in een percentage. Het geeft aan in hoeverre het organische stof, waaronder eiwit, vet en suiker, door het paard kan worden verteerd en kan worden omgezet in het lichaam. Gemiddeld ligt dit gehalte rond de 60%. Vaak is dit gehalte lager in grofstengelig ruwvoer. Grofstengelig ruwvoer bestaat uit veel plantenstengels en deze bevatten veel vezels. Ook moeilijk verteerbare vezels, onder ruwe celstof vertellen we meer over de verschillende soorten vezels.

 

NH3-fractie (%RE)

De NH3- fractie betekent ammoniakfractie, dit is een maat voor hoe goed het ruwvoer is geconserveerd. Het geeft het verschil tussen ruw eiwit totaal en ruw eiwit weer. Bij de conservering van verpakt ruwvoer  wordt er eiwit afgebroken. Wanneer er veel eiwit wordt afgebroken, ontstaat er ammoniak, een afvalproduct. Een hoog NH3-percentage geeft aan dat de conservering slecht is verlopen en er veel eiwit verloren is gegaan.

 

Nitraat

Nitraat is een chemische verbinding en laat zien hoe de bemesting is geweest van het land. Een hoog nitraat gehalte betekent een onjuiste bemesting, of er is te kort bemest voor het maaien. Het geeft een vieze geur en smaak van het ruwvoer. Een zeer hoog nitraat gehalte is niet bevorderlijk voor de gezondheid en kan zelfs dodelijk zijn.

 

Ruw eiwit

Het ruw eiwit geeft de hoeveelheid eiwit aan in het ruwvoer. Eiwit bestaat uit aminozuren, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen essentiële en niet essentiële aminozuren. Essentiële aminozuren zijn o.a. Lysine, Threonine en Methionine. Deze hoogwaardige aminozuren zijn belangrijk voor de opbouw van spieren. Methionine is een zwavelhoudend aminozuur en zwavel is ook van belang voor een gezonde huid en sterke hoeven. Bij een laag eiwit gehalte in het ruwvoer heeft dit niet alleen gevolgen voor de spieropbouw maar dus ook voor de vachtconditie. Een teveel aan eiwit wordt opgeslagen in het lichaam en daardoor kan je paard gemakkelijk te dik worden.

 

Ruw vet

Het ruw vet geeft de hoeveelheid vet aan in het ruwvoer, vet is voor het paard een energiebron en goed voor de huid en vacht. Met name omega-3 vetzuren zijn goed voor vacht en huid conditie. Van nature is een paard een grazer en vers gras is met name rijk aan omega-3 vetzuren. Alleen, doordat omega-3 vetzuren erg gevoelig zijn voor oxidatie, gaan deze tijdens het drogingsproces van gras (naar hooi) grotendeels verloren. Dit maakt dat hooi of voordroog juist rijker is in verhouding aan omega-6 vetzuren. Aanvulling van omega-3 is in de winter dus zeker aan te raden. Bij een laag ruw vet gehalte in ruwvoer zie je vaak een doffe, schilferige vacht en kan het energieniveau van je paard wat aan de lage kant zijn.

 

Ruwe celstof

Het ruwe celstof geeft het aandeel celwanden weer, ook wel vezels genoemd. Een plantencel bestaat uit celinhoud en een celwand. De celinhoud bevat de voedingswaarde (eiwit, vet, suiker). Een celwand bestaat uit vezels: cellulose, hemicellulose, pectine en lignine. Pectine is gemakkelijk te verteren door het paard, cellulose en hemicellulose minder en lignine is helemaal niet verteerbaar. De celwand geeft structuur en stevigheid aan de plant. Hoe hoger het ruwe celstof, hoe meer vezels en structuur het ruwvoer bevat. Het aandeel vezels in het ruwvoer wordt nog verder onderverdeeld in de volgende onderdelen:

  • NDF = NDF staat voor Neutral Detergent Fibre, het geeft het totaal aan celwanden weer, ofwel vezels zoals cellulose, hemicellulose en lignine. Hiermee kan de verhouding tussen celwanden en celinhoud worden bepaald.
  • ADF = ADF staat voor Acid Detergent Fibre en bestaat voornamelijk uit moeilijk verteerbare vezels zoals cellulose en lignine.
  • ADL = Acid Detergent Lignine. Lignine wordt ook wel houtstof genoemd en is door paarden niet te verteren. Hoe meer lignine, hoe minder goed verteerbaar het ruwvoer is.

 

EWpa en VREp

Het EWpa, Energiewaarde paard, geeft een indicatie hoe energierijk het ruwvoer is voor het paard. Het VREp, Verteerbaar ruw eiwit paard, geeft een indicatie hoe eiwitrijk het ruwvoer is voor het paard. Deze twee waardes zijn afhankelijk van de vertering coëfficiënt, het ruw eiwit, het ruw vet en de ruwe celstof. Is de vertering coëfficiënt laag, zijn als gevolg de EWpa en de VREp ook laag. Is het ruw eiwit laag, is het VREp ook laag en is het ruw vet laag, is het EWpa dus ook laag. Het ruwe celstof, is dit hoog, is het vertering coëfficiënt laag en dus automatisch het  EWpa en VREp ook.

 

Structuurwaarde

De structuurwaarde geeft aan hoe vezelrijk het ruwvoer is. Hoe hoger de structuurwaarde, hoe hoger het ruwe celstof en dit betekent dus meer vezels in het ruwvoer. Je kunt dit zelf vaak ook zien. Wat je weer niet kan zien, is de verdeling hemicellulose, cellulose en lignine en daarmee de verhouding NDF en ADF/ADL. Structuur is voor paarden belangrijk, maar een te hoog gehalte ADF/ADL, vermindert de benutting van voedingsstoffen uit het hooi extreem en geeft een hoger risico op verstoppingskoliek.

Mineralen en spoorelementen

Het tweede deel van de Equifeed Excellent analyse bevat de mineralen en sporen. In de aankomende blogs zullen we deze uitgebreid behandelen.

 

Wat zijn de belangrijkste verschillen ten opzichte van voorgaande jaren?

Dit jaar is er vaak later dan normaal gemaaid, door o.a. de weersomstandigheden. Het gras heeft langer de tijd gehad om door te groeien, met als gevolg meer structuur en vezels. Daardoor is het ruw celstof  (NDF, ADF, ADL) en de structuur waarde dit jaar hoger dan voorgaande jaren.

Voldoende vezels zijn voor paarden erg belangrijk om een gezonde darmflora te behouden. Echter is het wel belangrijk dat er voldoende verteerbare vezels in het ruwvoer zitten. Gras dat te ver is doorgeschoten in de groei, bevat veel plantenstengels en deze bevat vaak teveel lignine (houtstof) en is voor paarden niet te verteren. Het ruwvoer wordt dan te ‘houterig’, dit is dan ook goed te voelen aan de stengels. Hierdoor kunnen paarden weinig belangrijke voedingsstoffen uit het ruwvoer halen en de algehele vertering kan er iets verstoord door raken. We zien dit jaar dan ook veel meer paarden met aanhoudend mestwater of inconsistente mest.

“Grofstengelig ruwvoer met veel plantenstengels, bevat vaak veel onverteerbare vezels. Dit heeft als gevolg dat het paard te weinig belangrijke voedingsstoffen uit het ruwvoer kan halen en raakt de vertering verstoord” 

Ruwvoer aanvullingen

Ruwvoer kun je op vele manieren aanvullen. Wil je meer verteerbare vezels in je rantsoen brengen, dan zijn Sojahullen een goede aanvulling. Deze bestaan uit de goed verteerbare vezels Pectine en worden ook wel supervezels genoemd. Ze ondersteunen een goede spijsvertering en een gezonde darmflora.

Ook Psyllium kan helpen bij een goede spijsvertering wegens het hoge gehalte vezels. Dit verbetert de darmflora, maar psyllium geeft ook een beschermend laagje aan de darmwand. Hierdoor kan deze eventueel makkelijker herstellen.

Het vetgehalte van ruwvoer kun je aanvullen met plantaardige oliën. Lijnzaadolie is dan het meest geschikt omdat deze rijk is aan Omega-3 vetzuren. Met name in het winterseizoen zijn deze vetzuren belangrijk om aan te vullen. Ruwvoer is door oxidatie het meeste omega-3 kwijt en krachtvoer bestaande uit granen zijn sowieso rijk aan omega-6 en arm aan omega-3 vetzuren.

Whatsapp