Blogs
0,00
Winkelwagen

Geen producten in je winkelwagen.

Ruwvoer || Mineralen

Op een uitgebreide ruwvoeranalyse worden mineralen geanalyseerd, wat zijn de behoeftenormen en wat voor functies hebben deze zeven elementen? In deze blog gaan we hier uitgebreid op in. De volgende mineralen vind je terug op een ruwvoeranalyse: 

    • Natrium
    • Kalium
    • Magnesium
    • Calcium
    • Fosfor
    • Zwavel
    • Chloor

 

Natrium, Chloride, Kalium, Magnesium en Calcium zijn ook met elkaar verbonden als de elektrolyten groep. Bij zweten worden deze elektrolyten uitgescheiden en moeten vervolgens weer worden aangevuld.

Mineralen op een ruwvoeranalyse

Natriumchloride

Natrium en chloride zijn samen van belang voor de vochtbalans in het lichaam, herstel van spieren na training, de nierfunctie en het overbrengen van zenuw- en spierimpulsen. Daarnaast is chloor een onmisbare component van gal en belangrijk bij de productie van maagzuur en dus voor een goede vertering. Als het lichaam te ‘zuur’ wordt (een te lage pH heeft), dan worden voedingsstoffen minder goed opgenomen en zal dus bijvoorbeeld het herstel na een training langer duren dan normaal.

Bij veel zweten worden deze elektrolyten uitgescheiden. Wanneer een paard een tekort heeft aan ‘zout’ is dit te zien door het likken of kauwen aan het hek, stenen of de grond. Bij een langdurig tekort krijgt het paard gezondheidsproblemen. De eetlust wordt minder, het paard krijgt een doffe vacht en bij een ernstig tekort kan het paard zelfs sloom en uitgeput zijn. Doordat natriumchloride de functie heeft voor het overbrengen van zenuw- en spierimpulsen, kan het paard bij een tekort moeite hebben met het controleren van zijn spieren. Natriumchloride is heel makkelijk aan te vullen door een liksteen in de stal op te hangen. Zo kan het paard zijn zoutbehoefte opnemen wanneer hij dat zelf nodig heeft.

Een overmaat komt eigenlijk niet voor, bij voldoende vers water, wordt het overschot aan zout met de urine uitgescheiden. Echter, bij paarden met een bekend nierprobleem is te veel zout natuurlijk wel schadelijk. Hierbij moet contact opgenomen worden met de Dierenarts.

Natriumbehoefte voor onderhoud van het paard is 2,6 gram per dag per 100 kg lichaamsgewicht en het chloridebehoefte is 10,4 gram per dag per 100 kg lichaamsgewicht. Hoe meer het paard traint en zweet, hoe hoger de zoutbehoefte is.

 

Calcium, Magnesium & Fosfor

Ongeveer 99% van het calcium in het lichaam is te vinden in de botten en tanden. Het skelet kan dienen als een toegankelijke opslaglocatie voor calcium. De meeste opslag van magnesium (60-70%) bevindt zich ook in botten, ongeveer 30% bevindt zich in de spieren.  Fosfor is ook een belangrijk bestandsdeel van botten, botten bestaan namelijk voor 14% uit fosfor. Alle drie zijn ze dus belangrijk voor de stevigheid van het skelet, voor gezonde botten en botgroei. Daarnaast hebben ze natuurlijk ook ieder hun eigen functie.

Calcium

Calcium is nodig voor het aanspannen van de spieren ofwel de spiercontractie. Bij het paard speelt magnesium een rol in het ontspannen van spieren. Samen zijn ze essentieel voor het goed functioneren van de spieren. Calcium wordt geabsorbeerd in de dunne darm met behulp van bijschildklierhormonen en vitamine D. Paarden kunnen kalk uit de botten demobiliseren, een merrie in lactatie kan zo een gedeelte van haar kalkreserves opnemen voor de melk.

Een tekort aan calcium kan ontstaan door een acute verhoging van de behoefte of wanneer een langere periode een te laag gehalte wordt gevoerd (chronisch tekort). Bij een tekort aan calcium kunnen de volgende afwijkingen ontstaan: kreupelheid, skeletvervormingen, osteoporose (botontkalking), botbreuken en zenuwstelselproblemen. Bij een teveel aan calcium kunnen spierbevangenheid en broze botten ontstaan.

Voor paarden wordt een absorptie efficiëntie uit voer gebruikt van 50%. Voor jonge paarden kan dit tot 70% zijn, maar dit verminderd naar mate het paard ouder wordt. De opname van calcium is afhankelijk van vele factoren, specifieke absorptiepercentages zijn dus moeilijk vast te stellen.

De dagelijkse behoefte aan calcium is 5,2 gram per dag per 100 kg lichaamsgewicht. In de lactatie heeft het paard een hogere behoefte aan calcium voor de melkproductie.

Magnesium

Magnesium heeft meerdere functies in het lichaam, naast het in stand houden van gezonde botten en het ontspannen van de spieren, speelt magnesium ook een rol bij prikkelgeleiding van zenuwen en de energievoorziening in het lichaam. Magnesium heeft een positieve werking bij spanning. Wanneer het paard stress gevoelig is, kan Magnesium het paard ondersteunen om beter te kunnen ontspannen.

Een tekort aan magnesium kan zich uiten in verschillende symptomen; paarden kunnen een slechte eetlust hebben, gespannen gedrag laten zien, veel zweten, maar zullen vooral last hebben van spierverkramping. De werking van het spierweefsel gaat achteruit, doordat Magnesium belangrijk is voor het goed functioneren van de spieren. Ook kan een magnesium tekort effect hebben op de stevigheid van het bot.

De gemiddelde absorptie van Magnesium uit voedsel is 49,5% (40-60%). De totale absorptie van Calcium en Magnesium in ruwvoer is anderhalf tot drie keer zo groot als in krachtvoer. Dit komt mede door de tijd die de twee voeders doorbrengen in de maag en de plek waar deze verteerd worden. Ook de verschillende vormen van magnesium (magnesiumoxide, magnesiumcitraat en magnesiumchelaat) hebben hun eigen biobeschikbaarheid. Dit heeft te maken met de oxidatie van de verbindingen in de maag. Doordat magnesiumchelaat (een verbinding als aminozuur) de verbinding is welke het minst gevoelig is voor oxideren, wordt deze het beste opgenomen. De dagelijkse behoeft aan magnesium is 1,85 gram per 100 kg lichaamsgewicht. Deze behoefte stijgt in de lactatie en naar mate van inspanning en zweten.

“De absorptie van Calcium en Magnesium uit voer ligt tussen de 40-60%, voor oudere paarden ligt dit lager”

Fosfor

Naast dat Fosfor van essentieel belang is voor de botgroei, speelt het ook een belangrijke rol als onderdeel van adenosine di- en trifosfaat (ADP en ATP). Deze dienen als energiebron voor alle cellen en lichaamsprocessen. Daarnaast is fosfor betrokken bij de aanmaak van DNA en als bestandsdeel van celmembranen.

Een tekort aan fosfor geeft verschijnselen zoals spierzwakte en spiertrillingen. Daarnaast kan een fosfortekort het paard belemmeren in het regelen van de energiebehoefte en leidt het tot een hoge bloedspiegel van glucose en vetten.  Een tekort aan calcium, fosfor en magnesium kan bij jonge paarden leiden tot een verkeerde botvorming.

De dagelijkse behoefte is 3,7 gram per 100 kg lichaamsgewicht en stijgt in de lactatie en naar mate van inspanning. Veulens hebben minder kalk in hun beenderen, daarom is een hoog gehalte kalk en fosfor in het voer bij veulens nodig.

Verhoudingen en interacties
Bij een teveel aan calcium, in verhouding tot fosfor en magnesium, wordt het proces van botvorming verstoort. De ideale calcium- fosfor verhouding is 2:1, voor jonge paarden is dat 1,5:1. De ideale Calcium- magnesium verhouding is 2-3:1

Vanwege de chemische overeenkomst tussen Calcium en Magnesium gebruiken beide ionen dezelfde absorptie en transport mechanismen in het lichaam. Een rantsoen met een hoog Calcium (ook fosfor) gehalte verlaagt de benutting van Magnesium uit het voer. Een overmaat aan Calcium in de voeding veroorzaakt daardoor een tekort aan Magnesium. Vooral bij veulens moet extra gelet worden op de magnesiumvoorziening in verband met de botopbouw.

“De ideale calcium- fosfor verhouding is 2:1, voor jonge paarden is dat 1,5:1”

Kalium

Kalium reguleert de wateropname door organen, botten en spieren. Samen met natrium vormt kalium, de natrium-kalium pomp, deze houdt het vocht binnen en buiten de cellen met elkaar in verhouding (osmotische druk). Het is een essentieel nutriënt voor de groei en de spiervorming. Ook de geleiding van zenuwprikkels en de samentrekking van de spieren vindt plaats onder invloed van kalium. Kalium is betrokken in het onderhoud van het zuur- base- evenwicht. Kalium beïnvloedt de prestaties, eetlust en vruchtbaarheid.

Een tekort  of teveel treedt zelden op. Een tekort kan verminderde eetlust, verminderde groei, spierafbaak, stijfheid van de gewrichten, vermoeidheid en algehele zwakte tot gevolg hebben. Een overmaat wordt uitgescheiden via urine/ontlasting/zweet.

De dagelijkse behoefte is 6,5 gram per 100 kg lichaamsgewicht.

 

Zwavel

De zwavelhoudende aminozuren cysteïne en methionine zijn onderdeel van de structuur van bijna alle eiwitten en enzymen in het lichaam. Paarden komen voornamelijk aan hun zwavelbehoefte door de opname van cysteine en methionine.

Zwavel is belangrijk voor het hele lichaam, maar voor een aantal lichaamsprocessen is zwavel van essentieel belang. Hoge concentraties komen onder andere voor in de huid, haar, hoeven, botten en gewrichten. Zo is zwavel nodig voor de aanmaak van keratine, een eiwit dat voornamelijk voorkomt in haar en hoeven. Daarnaast helpt zwavel bij de aanmaak van collageen. Collageen is een belangrijk onderdeel van bindweefsel in de huid en zorgt voor elasticiteit van het weefsel. Voldoende zwavel helpt jouw paard bij het soepel houden van de huid, ondersteunt de vachtconditie en versterkt de hoeven. Zwavel is ook belangrijk voor het kraakbeen en de pezen, omdat deze voor een groot deel uit collageen bestaan. Bovendien speelt zwavel een belangrijke rol bij het verminderen van allergie-symptomen. Een te hoge zwavelopname heeft een negatief effect op de selenium- en kopervoorziening.

Het belang van ruwvoer

Ruwvoer analyseren is de enige wijze om inzicht te krijgen in de gehaltes

Wat zijn de belangrijkste verschillen ten opzichte van voorgaande jaren?

Opvallend is dat de gehaltes van een aantal mineralen en sporen de afgelopen jaren zijn gedaald. Zo zien we dat onder andere het Natrium, de Magnesium, Calcium, Zwavel, Zink en Selenium gehaltes lager liggen dan voorgaande jaren. Zo is het Magnesium gehalte van 2.1 g/kg ds gedaald naar 1,7 g/kg ds en het Calcium van 5,2 g/kg naar 4 g/kg ds. Het gemiddelde zwavel gehalte is gedaald van 2,4 g/kg ds naar 1,9 g/kg ds. Wij ontvangen de gemiddelde waardes jaarlijks van Eurofins Agro, onze keuze van partner in ruwvoer analyseren.

Het valt niet met zekerheid te zeggen wat de oorzaak is achter deze verlaging. Wel zijn de afgelopen jaren de bemestingsregels fors verscherpt, is het totale fosfor in veevoer flink naar beneden geschroefd en daarbij is het in 2019 en 2020 lang erg droog geweest. Wanneer het ruwvoer wordt gewonnen van percelen waar tevens paarden worden beweidt, zie je ook effecten van dit beweiden aan de grondstructuur en dus de kwaliteit van de grond. Op percelen waar paarden lopen wordt de gronddichtheid vaak hoger, wat zorgt voor minder lucht in de bodem en een lagere organische stof. Daarnaast werkt paardenmest verzurend voor de grond, wat leidt tot een lagere pH. Deze twee zaken hebben tot gevolg dat de grond gevoeliger is voor uitspoeling van nutriënten, waaronder ook de mineralen en spoorelementen.

 

“We zien dat een aantal mineralen de laatste jaren zijn gedaald, waaronder Natrium, Magnesium, Calcium en Zwavel” 

 

HorseAdds supplementen ter aanvulling

Met krachtvoer of supplementen kunnen tekorten uit het ruwvoer gemakkelijk worden aangevuld. HorseAdds heeft verschillende supplementen in het assortiment om gericht tekorten in het rantsoen aan te vullen, wij noemen dit onze Single Ingredient Supplements (SIS). Je kunt natuurlijk ook kiezen voor een compleet uitgebalanceerde balancer zoals onze HorseAdds Balance.

Whatsapp